Steun ons en help Nederland vooruit

Publicaties

Ons standpunt over fusie in de Leidse regio

In de verslaggeving rond het lijstrekkersdebat in Leiderdorp op 7 maart jl. is de suggestie gewekt dat D66 even categorisch vóór fusie is, als de LPL ertegen is. Maar D66 laat zich door het categorische “nee tegen fusie” van de LPL niet drukken in het tegenovergestelde standpunt “onmiddellijk en zonder voorwaarden vóór fusie”.

Belangrijker is eigenlijk nog de andere opmerking die Jeroen in hetzelfde debat maakte: “Het gaat D66 eerst en vooral om het belang van de Leiderdorper.” We moeten ons realiseren wat het enorme belang van deze kwestie is voor onze inwoners. Als alle onderwerpen, waarin regionaal moet worden samengewerkt, in totaliteit worden bezien, gaat het om niet minder dan om de kwaliteit van ons bestaan. Zijn er voldoende huizen? Houden wij in de toekomst ons werk? Blijven sociale voorzieningen en zorg betaalbaar? Blijft de omgeving duurzaam, groen en veilig? Maar ook in de verdere toekomst: als we oud worden en mantelzorg nodig hebben, zijn onze kinderen en kleinkinderen, en hun generatiegenoten nog beschikbaar om ons bij te staan? Of zijn ze allemaal vertrokken naar gebieden waar nog wel werk en woonruimte te vinden is? Als we niet oppassen, treft ons hier in de Leidse regio, ingeklemd tussen de economisch sterke metropolen Amsterdam/Schiphol en Rotterdam/Den Haag, het zelfde lot als de krimpregio’s in Nederland en wordt de Leidse regio inclusief Leiderdorp het Drenthe van de Randstad. Op het eerste oog mooi en rustig, maar bij tweede beschouwing arm, zonder jeugd, en saai en ongezellig. Niet laten gebeuren dus.

Het is overigens merkwaardig dat de LPL, die de genuanceerde brief van de Leiderdorpse gemeenteraad van 10 mei 2017 mee heeft ondertekend, zonder nadere toelichting een 180° draai heeft gemaakt. In die brief verklaren 5 van de 6 fracties (alleen het CDA was tegen) “dat een fusie tussen de vijf regiogemeenten uiteindelijk de beste oplossing lijkt om de ambities en opgaven uit de strategische agenda te realiseren” en wordt een serie wensen meegegeven voor het vervolgproces. Het kan geen kwaad deze brief nog eens na te lezen.

Maar de meeste partijen zullen er ook van uitgaan, dat Leiderdorp uiteindelijk niet zelf kan bepalen wat er gebeurt. Als fusie tussen de vijf regiogemeenten uiteindelijk de beste oplossing lijkt om de ambities en opgaven uit de strategische agenda te realiseren, dan zal dat gebeuren omdat een meerderheid van de gemeenten dat zo wil en/of hogergeplaatste gremia (Provincie, Rijk, EU) dat direct of indirect afdwingen. Als belangrijke problemen onopgelost blijven, zoals bouw van voldoende woningen, zullen de vetoposities uiteindelijk worden teniet worden gedaan.

Als het dan toch zo gaat, moet eigenlijk de vraag zijn: wat is de slimste strategie om er zelf het beste uit te komen (zonder de noodzaak dat jouw winst hun verlies is). Als de vraag zo wordt gesteld ligt het eerder voor de hand dat je constructief mee gaat onderhandelen. En wordt het duidelijk dat je risico’s loopt als je je hakken in het zand blijft zetten of de boel loopt te saboteren. In het beeld van onze lijsttrekker: als je weet dat de fusie-bus naar elders gaat, kun je beter voorin bij de chauffeur komen zitten en meepraten over het precieze reisschema en de bestemming, dan mopperend achterin de bus gaan zitten.

Wat vindt D66 dan wel van fusie?

Allereerst vinden wij het een onzinnige discussie om te beginnen met de vraag of je voor of tegen fusie bent. Dan blokker je de discussie voordat die begonnen is. Je hoort in onze ogen te beginnen met de vraag wat je op korte en langere termijn wilt bereiken voor je inwoners, daaruit rollen dan vervolgens een aantal onderwerpen waarvan je denkt dat die met samenwerking het beste gerealiseerd kunnen worden en dan pas ga je nadenken over de bestuursvorm waarin je de beoogde resultaten van deze samenwerking voor onze inwoners het beste kunt realiseren. Overigens, over die lijst van samenwerkingsonderwerpen – méér dan tien –is iedereen in de regio, laat dat nog eens gezegd zijn, het aardig eens.

Pas als je van alle serieus te overwegen bestuursvormen de voors en tegens op een rij gezet hebt en hebt afgewogen, en ook nog de voorwaarden hebt geformuleerd waaraan voldaan moet zijn wil zo’n vorm voor een ruime meerderheid van de inwoners aanvaardbaar zijn, dan pas kun je verantwoord kiezen voor een bestuurlijke constructie.

Met de op dit moment beschikbare inzichten denkt D66 dat de noodzaak van samenwerking in de toekomst zo groot zal worden en dat het geheel van samenwerkingsonderwerpen dusdanig groot en complex zal worden, dat een bestuurlijke fusie – zoals eerder gezegd onder strikte voorwaarden – mede vanwege de transparantie en democratische legitimatie daarvoor het meest geschikt is. Een van die voorwaarden is dat er in de regio voldoende draagvlak moet zijn. Een ruim meerderheid, liefst in alle vijf gemeenten. En wat D66 dus wil, is dat dat er direct na de verkiezingen met kracht wordt verder gewerkt aan het onderzoeken van de belangrijkste twee of drie mogelijkheden die daarvoor bedacht zijn. Fusie hoort daar wat D66 betreft absoluut bij.

Als er voldoende tijd en zorgvuldigheid wordt betracht in dit proces, dan is D66 ervan overtuigd dat fusie er als beste constructie uit zal komen. Maar democratisch als we zijn, als een meerderheid in de regio daar dan anders over blijkt te denken, dan gaan we nog een tijd constructief op de oude voet verder in een minder drastisch aangepaste samenwerkingsvorm en zien we wel wanneer de wal het schip keert.

Gepubliceerd op 19-03-2018 - Laatst gewijzigd op 22-11-2018