Steun ons en help Nederland vooruit

Zorg algemeen en WMO

In de vorige regeerperiode heeft het kabinet Rutte II het zogenaamde 3D-beleid ingezet, de decentralisaties van een aantal taken in het sociaal domein van het Rijk naar de gemeenten, t.w. de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning), het Jeugdbeleid en de Participatiewet. Basisgedachte was dat deze drie terreinen er sterk bij gebaat zouden zijn om dichter bij de inwoner uitgevoerd te worden. Dat zou enerzijds kwaliteitsverhoging en maatwerk kunnen bevorderen, maar ook kunnen leiden tot doelmatiger uitvoering. Te denken is bijvoorbeeld aan het principe bij de jeugdzorg van “één gezin, één plan en één regisseur”. De uitgangspunten achter dit beleid worden door D66 onderschreven.

Decentralisaties zijn door het Rijk echter niet goed doordacht ingevoerd. De transformatie naar nieuwe vormen van zorg en welzijnsbeleid is vanaf het begin sterk bemoeilijkt doordat de introductie gepaard is gegaan met forse bezuinigingen en er te weinig gelegenheid is geweest nieuwe vormen van zorg en welzijnsbeleid, die dit beleid in de dagelijkse praktijk mogelijk moeten maken, te ontwikkelen en te implementeren.

De overgang is in technische zin geslaagd. Daarbij is er begrijpelijkerwijze vooral aandacht geweest voor de continuïteit van zorg. De beoogde vernieuwing (transformatie) heeft echter nog nauwelijks plaatsgevonden, dit terwijl de bezuinigingen ook de komende jaren nog doorgaan. Op sommige terreinen ontstaan al weer wachtlijsten (jeugdzorg).
Daarom is het noodzakelijk dat in de komende raadsperiode alsnog krachtig wordt ingezet op de daadwerkelijke transformatie van sociaal domein. Gemeenten moeten grip krijgen op dit proces en de professionele organisaties moeten zich na de aanvankelijke bezorgdheid over hun eigen werkgelegenheid nu meer gaan richten op zorgvernieuwing en op samenwerking tussen verschillende categorieën professionals. Over het hele sociale domein moet veel beter dan nu worden gerapporteerd. Er moet een volledige Monitor Sociaal Domein komen, waaruit blijkt wat wel werkt en wat niet.

Centrale opgave bij deze vernieuwing blijft, ondanks de bezuinigingen, om de keuzevrijheid van de cliënt en de kwaliteit van de dienstverlening overeind te houden. Deze problematiek is zo complex dat het onmogelijk is dat kleinere gemeenten dit geheel op eigen kracht voor elkaar krijgen. Intensieve regionale samenwerking, en ook bovenregionale samenwerking, zal in dit domein noodzakelijk zijn. De feitelijke uitvoering moet echter dicht in de buurt van de cliënt blijven. De cliënt mag naar eigen keuze gebruik maken van het aanbod of de zorg met een PGB zelf organiseren, ook al kan de cliënt hulp soms goed gebruiken bij het opstarten van een PGB. Sociale wijkteams spelen hierin een bepalende rol.

Uitgangspunt voor D66 is dat inwoners de regie hebben en houden over hun eigen leven en dat voor wie dat niet (meer) kan zo passend mogelijke voorzieningen beschikbaar zijn. Er moet daarbij ruime aandacht zijn voor preventie, het voorkomen van eenzaamheid, het vroeg signaleren van problemen en mogelijke combinaties met sport, bewegen en cultuur.

Helemaal onmisbaar zijn mantelzorgers en vrijwilligers. Als deze door overbelasting uitvallen is het leed vaak helemaal niet meer te overzien. We moeten dan ook maatregelen nemen, zoals zgn. respijtzorg (als de mantelzorger op vakantie wil of zelf ziek wordt), om de mantelzorger maximaal te ondersteunen. Dit is belangrijker dan een materiële beloning. Maar ook een kleine, betekenisvolle beloning is op zijn plaats.

Laatst gewijzigd op 22 november 2018